24 – 25 juni Eartships, de wietshop en politieperikelen

Het leuke van autorijden is de radio. Er zijn nogal wat lokale stations actief met veel country-muziek. Een muziekstroming die niet echt bij ons aanslaat. De teksten gaan over de Wiskey, gebroken harten, ruzies tot “Ik hou van jou en blijf je altijd trouw”. Dat verschilt niet zoveel met andere muziekstromingen. Maar een gedeelte van de ‘echte’ country gaat meer over het verschil tussen de stadse mensen en de country-boys. Stoere mannen (met een goed hart), pick-up trucks, hard werken, guns, vissen en drank zijn geliefde thema’s. Sommige teksten hebben wat weg hebben van Oos Joos, Normaal of Skotwal. Daarnaast de vele reclame’s en nieuwsupdates. Veel radiostations hebben een W (double-you) of een K (kee) in hun afkorting staan, want dat klinkt lekker.

Van Durango reed ik naar richting Taos door een stukje Oostenrijk. Bergen, dalen, naaldbomen en mooie uitzichten. Ik stopte voor mijn -tienuurkoffiemoment- bij een meertje met botenverhuurder en camping. Dit was in handen van de South Ute stam. Ik sprak met Matt, lid van de stam en beheerder. Hij had een mooie paardenstaart, zonder veer overigens. Al het land is van de stam. Als lid krijg je land toegewezen. Je kan er een huis opzetten. Maar de land wordt nooit van jezelf. Ze hebben een eigen rechtspraak en een soort politie. Er olie in hun grond en hierdoor is de stam vrij rijk. Dit wisten de blanken zeker niet toen ze het land aan de ze stam gaven. Elk lid krijgt een deel van de opbrengst van de olie en andere investeringen. Hoe ouder je bent hoe meer je krijgt. Slechts een paar mannen spreken nog de oorspronkelijke taal. Er zijn nog wel wat rituelen, maar het verwatert wat. Mede doordat er ook blanken voor de stam werken, worden de banden wat losser. Dit is niet het geval bij andere stammen. Bij de Apache laten ze geen andere werknemers toe dan die van hun eigen stam.

Na wat dalen kwam ik op op de kale woestijnachtige hoogvlakte van Taos terecht. Hier staan een aantal groepjes Eartships. Experimentele woningen, die op het zuiden zijn gericht en hoofdzakelijk bestaan uit afval. De hoofstructuur bestaat uit wanden van met klei gevulde autobanden. En muurtjes van beton met glazen flessen en blikjes. Van binnen afgewerkt met leem. Ze zijn geheel zelfvoorzienend. Het regenwater wordt gezuiverd tot drinkwater en daarna gebruikt voor de planten en het spoelen van het toilet. Zonnepanelen en accu’s voor de stroomvoorziening. Ze zien er erg bijzonder uit. Misschien iets om de bouwproductie wat te doen aantrekken in Heerenweide in Opmeer of Westerdel in Langedijk. Al moet er even anders gekeken worden naar de bouwregels. Dit geschreven hebbende zie ik bij Mr. Boatmaker, het Opmeerse opperhoofd van de afdeling Hoofd Bouw-& woningtoezicht al lichte paniek in de ogen: “Krijg nou tieten…” Doen we er gelijk een paar gezellige Tiny houses bij!

Taos is een relaxed en vooruitstrevend stadje vol kunstenaars, galeries etc. Zelfs met een supermarkt met alleen maar met biologische producten. Vrij uniek, want het is vaak zoeken naar een winkeltje waar ze meer dan alleen een beurse banaan verkopen. Omdat ik een eigen tas meehad voor de boodschappen kreeg ik een (plastic) muntje die 10 cent waard was. Deze kon ik deponeren in een van de 30 blikjes met goede doelen erop geschreven. Van de Hartstichting, de yogaclub tot “red de Taossprikhaan”. 

De volgende dag leverde ik, na een ritje van drie uur, de auto weer in. Het Brookszadel voelde weer vertrouwd. Op de weg uit de stad stuitte ik op een Wietwinkel. Ik stapte uit nieuwsgierigheid naar binnen. Aan de bewaker, met pistool liet ik mijn ID zien. Hij paste wel even op mijn fiets. Leek me in goede handen. Ze hebben deze week de regels versoepeld. Met een geldige ID en 21 jaar kan je wiet kopen vanaf $15,- per gram en keuze genoeg. De teelt is gelegaliseerd en komt allemaal uit een kas bij Denver. Hierdoor is de criminaliteit gedaald en de Staat profiteert ervan door er belasting op te heffen. In de wolken fietste ik Pueblo uit. 

Het was weer heet. Bij het dichtbij gelegen state Park wilde ik mijn tent neerzetten. Maar het begon te onweren, waaien en regenen. Ik was net te laat en werd flink nat. Laat ik daar nu net twee leiders en Carla van de georganiseerde groep tegenkomen, die ik vijf weken geleden in Virginia had ontmoet! Ik mocht bij hun op plek staan. De rest van de groep verkoos een hotel in Pueblo boven dit winderige plekje. ’s avonds reden we de bus van de organisatie naar de douches aan de andere kant van het meer. Opeens zwaailichten achter ons. De plaatselijke Rosco P. Coltrane verscheen voor het opengedraaide raampje. “Hello sir”. De achterlichten werkten niet. Papieren werden overlegd en gecheckt in de politie-auto. Het bleef even spannend. We kregen tot opluchting slechts een waarschuwing. 

Een earthship
De hoogvlakte in de buurt van Taos
Dat is niet duur!

De wietwinkel

Advertenties

4 gedachtes over “24 – 25 juni Eartships, de wietshop en politieperikelen

  1. Willem….ik lees met onwijs veel plezier elke dag je blog en geniet met volle teugen! Wat schrijf je geweldig en in gedachten fiets ik mee!!
    Groetjes de moeder van Bob!!!
    Gea Engeringh!

    Like

Geef een reactie!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s