#19 – Ientje toe

En dan ben je zomaar weer thuis! Back home, zoals The Golden Earring ooit zong. De terugreis liep op rolletjes. Ten eerste was het stralend mooi weer. De op het vliegveld achtergelaten fietsdozen stonden nog fijn in de opslag op ons te wachten en de mevrouw van de informatiebalie herkende me nog: “Hoe was de reis?” De fietsen paste netjes en de net gekochte wafelmix met zure room kon lekvrij in de fel blauwe Ikeatassen, samen met de fietstassen. Ook de rij bij de incheckbalie bestond slechts uit drie personen en de vlucht ging op tijd. De horror verhalen over de chaos op Schiphol bleken alleen vandaag in het Journaal te bestaan, want in no-time stonden we met de juiste bagage buiten. Hoewel, op de roltrap bleven we steken met de oversized fietsdoos, de Ikeatas hobbelde alvast naar boven. Onderweg werden we vanaf viaducten vrolijk toegewuifd door enthousiaste mensen met vlaggen, die ze om de een of andere reden verkeerd om hadden. Marja won en passant ons vakantie-terugkom-spelletje: de eerste bekende Broeker; nota bene bloedverwant ome Cor werd als eerste gespot! Het was weer fijn om Freek, Thijs en mijn ouders weer in de armen te sluiten.

Zondagmiddag mochten we vele bekenden begroeten om in de tuin versgebakken Noorse wafels te eten en verhalen uit te wisselen. We zijn dankbaar dat we deze reis mochten maken en dat het goed is gegaan. Het was een fantastische, onvergetelijke belevenis. We bedanken je dat je ons hebt gevolgd en hebt meegeleefd met onze omzwervingen. Op naar een volgende reis!

Voor de cijferfetisjisten:
Fietsafstand: 5350 km
Fietsdagen: 62
Reis/rustdagen: 15
Gemiddelde per fietsdag: 83 km
Camping: 68
Warmshower/hostel: 2
(Warme) hut: 2
Wild kamperen: 7
Gemiddelde prijs per camping: € 23
Gemiddelde prijs per hut: € 52

Heen en weer
We kregen de vraag waarom we toch het milieuvervuilende vliegtuig hebben genomen.
Het beste voor de planeet is om niet te gaan… of vanaf huis fietsen en geen andere vervoersmiddelen te gebruiken. De bedachte route was langer dan de beschikbare tijd. We hadden de route kunnen aanpassen. De nieuwe ferry vanaf de Eemshaven naar Kristiansand is prima alternatief, maar deze enorme schepen vervuilen bijna of net zoveel als een vliegtuig en zijn ook niet goedkoper. Bovendien ligt Kristiansand veel zuidelijker, met nog meer fietskilometers. Hoewel, we vlogen ongewild op Sandefjord en niet op het boven Oslo gelegen Gardemoen en dan maakt het qua kilometers weer weinig verschil. Andere alternatieven als de trein of bus naar Oslo met twee fietsen meenemen is bijna niet mogelijk.

Om dit blog af te sluiten lazen we in een e-boek het volgende gedicht, getiteld:

Langzame dans
Heb je ooit gekeken naar kinderen
Draaiend op de kermis rond en rond?

Of geluisterd naar de regen 
Die klettert op de grond?

Ooit een vlinder gevolgd in zijn grillige jacht?
Of gekeken hoe de zon een eind maakt aan de nacht?

Sta even stil.
Dans niet zo snel.

De tijd is beperkt.
Muziek gaat voorbij.

Ren je door de dag,
altijd vlug, vlug?

Als je vraagt hoe het gaat
Hoor je het antwoord dan terug?

Als de dag voorbij is,
Lig je dan in bed

Met de volgende honderd klussen 
Al in gang gezet?

Sta even stil.
Dans niet zo snel.

De tijd is beperkt.
Muziek gaat voorbij.

Je kind ooit gezegd,
Morgen doen we het echt?

En in je haast
Zijn verdriet niet gezien?

Ooit contact kwijtgeraakt
Een vriendschap verdaan 

Omdat je nooit tijd had
Om even langs te gaan?

Sta even stil.
Dans niet zo snel.

De tijd is beperkt.
Muziek gaat voorbij

Als je zo hard rent om er te komen
Mis je alle lol onder weg.

Je door de dagen heen tobben en haasten,
Is als een weggegooid cadeau.

Het leven is geen race.
Doe het rustiger aan.

Luister naar de muziek
Voordat het lied voorbij is.

Voor degenen die ook willen fietsen in Scandinavië, hieronder meer info over onze route en de andere bevindingen.  

De globale route
Vanaf vliegveld Sandefjord/Torp langs de oostkant van Oslo en door het midden van Zweden omhoog naar de Noordkaap, deels via de European Divide Trial. Terug langs de grillige fjordenkust van Noorwegen (de Eurovelo 1), over de Lofoten tot Trondheim. Daarna de ongeveer Sykkelroute 5 gevolgd met uitstapjes als de Trollstigen, Mjolkevegen en Rallarvegen om weer te eindigen bij het vliegveld.

De route is goed gekozen. Het wordt landschappelijk gezien steeds interessanter, mooier en wat zwaarder. Zweden is glooiend en je hoeft niet al te veel te klimmen, met veel dennen- en berkenbossen. Lapland is uitgestrekt, kaal en winderig, maar fraai en echt anders. De Noordkaap bereiken is een magisch moment. De fjordenkust, het eiland Senja en de Lofoten zijn werkelijk prachtig. De wind in het noorden is over het algemeen noord, waardoor je langs de kust meer meewind hebt. Na Trondheim zijn de hoogvlaktes zeer fraai, maar hier moet je nog meer klimmen, maar dan ben je wel eens een keer goed ingefietst.

Langs de kust zijn vele veerponten van 20 minuten tot een paar uur. Deze zijn gratis voor fietsers. De snelboot naar Trondheim kost wel geld. In Google Maps staan de meeste vertrektijden van de veerponten. Wel handig om vooraf te checken, anders kan je soms lang wachten.

De voormalige postboot de Hurtigruten, nu een luxe cruiseschip, vaart drie keer per week langs de kust van Bergen naar Kirkenes en weer terug. Deze kan je een stuk nemen. Als je minder dan 24 uur aan boord bent hoef je geen dure hut te boeken.

Tunnels kom je ook regelmatig tegen, de meesten mag je als fietser passeren, zeker langs de fietsroute. Zorg dat je als fietser opvalt: licht aan, felkleurige hesjes en eventueel andere knipperende (kerst) verlichting.

Periode en weer
We starten op 21 mei tot 5 augustus. Het is misschien beter om net wat later te starten en net voor september te eindigen. De kans op beter en warmer weer is dan wat groter. We hebben de gehele reis best veel kou en regen gehad. Gelukkig ook zonnige en wat warmere dagen, maar na een paar mooie dagen kwamen er geheid weer koude en regendagen. De Noren noemden het ook een van de koudste zomers sinds tijden.
Redelijk betrouwbare weerapps zijn in Zweden: SMHI en in Noorwegen: YR

Overnachtingen
Er zijn veel campings, maar in het legere noorden liggen die verder uit elkaar. Ook waren in het begin van de reis nogal wat campings gesloten, die pas na 21 juni (Midzomer) open gingen. Na de coronajaren zijn er ook campings gestopt. Check via Google Maps op recente reviews. Er kan ook overal in het wild worden gekampeerd. Bijna elke camping heeft hutten en een keuken. In die keukens kun je naast koken ook vaak zitten. Erg fijn als het koud of regenachtig is. Campings kosten rond de € 20 – € 25 en hutten van € 40 tot € 100.

Voorzieningen
Supermarktjes hebben veel verse spullen en zijn in de wat grotere dorpen. Zeker in het noorden is het uitzoeken of je er wel een tegenkomt. Neem daarom altijd een noodmaaltijd mee. Zondags zijn de meeste winkels dicht, in grotere plaatsen is wel eens een supermarkt of een klein gedeelte van de supermarkt open. Ook op zaterdagmiddag gaan ze vaak eerder dicht.

Restaurants, cafe’s zijn dun gezaaid en ze sluiten op tijd. Een goedkoop lunchbuffet is een alternatief en wordt met name in Zweden aangeboden, maar je moet wel net mazzel hebben dat je er rond lunchtijd langs rijdt. De Noorse en Zweedse keuken is niet heel verfijnd. Het zijn vaak hamburger-, kebab- en pizzatenten, die gerund worden door immigranten. Fietsenmakers en goede outdoorwinkels in de grotere plaatsen.

Bezienswaardigheden
Naast de overweldigende natuur zijn er weinig grote bezienswaardigheden. Kleine kerkjes, de houten huizen en in de grotere plaatsen wel eens een leuk museum, bijzonder gebouw of kerk. De echt grote steden als Trondheim en Oslo bieden meer.

Taal en omgangsvormen
Bijna iedereen spreekt Engels. Noren en Zweden zijn rustige beleefde mensen, maar spreken je niet snel aan. Ze houden graag wat afstand, maar zijn behulpzaam als je erom vraagt. Vooral langs de Noorse kust kom je andere (Noordkaap) fietsers tegen. Dat is gezellig en je deelt informatie over de route, bezienswaardigheden en overnachtingen.

Levensonderhoud
Noorwegen is een duur land, Zweden iets duurder als Nederland. Bier met weinig alchohol is in de supermarkt verkrijgbaar, maar duur. Wijn en sterkere drank is alleen in aparte, dun gezaaide staatswinkels te verkrijgen en is ook erg prijzig.

Spullen
Een degelijke vakantiefiets met een licht verzet voor de vele heuvels en bergen. Fiets je veel op gravel, neem bredere banden. Verder, warme kleding, handschoenen en een dons jack is aan te bevelen. Een goed regenpak, met overschoenen is een must, net als een warme (donzen) slaapzak. 

Veel plezier gewenst!

Het galgenontbijt
Het inpakken van de fietsen
De fietsen gaan in ieder geval naar het goede vliegtuig
Wie lust er nog een lekkere Noorse wafel?

#18 – Toch nog Oslo

2 – 4 augustus

Wanneer de mensen in Noorwegen en ook Zweden elkaar begroeten is het niet hoi, hallo of hai, maar hé hé. We vergeten nogal eens de tweede hé.

Oslo
In Kongsberg lieten we ons boeltje staan op de geïmproviseerde zomercamping naast het sportcomplex en togen met de trein naar hartje Oslo. We waren vaker in de hoofdstad geweest en hoefden niet persé weer de highlights, ‘Olso in one day’ te zien. Hoewel, sommige zijn gewoon te bijzonder, daarom eerst maar ff een bakkie doen in het bijzonder fraaie Opera house, maar helaas bleek deze voor twee weken gesloten. Wel open was het enorme bakstenen raadhuis uit 1951. Een bijzonder statig gebouw. We keken binnen onze ogen uit naar de muurschilderingen, marmeren vloeren, stoffen en architectuur en heel verrassend on-Noors, het was gratis. De Nobelprijzen worden overigens vanuit dit raadhuis uitgereikt.

De foodhal Vippa in een oude loods aan de haven had gelukkig geen Noorse pap. We gingen ons wel te buiten aan lekkere Marokkaans gerechtjes en Thaise curry. Ook bezochten we een kleine tentoonstelling over Scandinavisch design in het architectmuseum. Het begon vanzelfsprekend te regenen en doken een Bakeri in. Een bakkerij met lekkernijen en prima koffie. Daar ontmoeten we ‘toevallig’ weer Nederlandse fietsers ut Emmen, die hier wachten dat hun fiets was gerepareerd. Onderweg hadden ze ook al een gescheurde velg gehad. Niet iets om naar uit te kijken.

Het zal niemand verbazen dat aan het einde van deze reis toch nog extra truitjes geshopt moest worden. Een deel van de dag ging verloren in diverse paskamers. De Rallervegen was het grand dessert, Olso de koffie toe met kersenbonbon.

The way back
Hoe verder we naar het zuiden fietsen hoe breder het dal en hoe minder hoog de bergen eromheen. Het wordt meer glooiend met veel landbouw en veeteelt, afgewisseld met bossen, maar ook met veel korte klimmetjes en afdalingen. Geen koe overigens buiten te bekennen, die zijn zeker bang om nat te worden. Graan, gras, uien, wortels en aardappelen worden veel verbouwd. De geur van de aardappelvelden doet me opnieuw sterk denken aan Langedijk en Dirkje Vijn, mijn eerste bazige bazin, toen ik op 11-jarige leeftijd ‘op het land’ ging werken. In het aardige Larvik bezochten we het standbeeld van haar bekendste inwoner: Thor Heyerdahl. De man die in de jaren vijftig met het zelfgebouwde vlot, de Kon-Tiki vanuit Peru naar het Paaseiland zeilde, om aan te tonen dat hun voorouders uit Zuid-Amerika kwamen. Ooit hadden we zijn museum in Oslo bezocht.

Yes, it’s over
Om na elf weken naar huis toe te gaan geeft een vreemd, dubbel gevoel. Het is natuurlijk fijn om familie, vrienden, buren, collega’s, kennissen (en verder iedereen die ik vergeten ben…) terug te zien, maar het is ook ‘teugenopzienderswerk’. We weten dat er thuis weer van alles moet gebeuren en dat de vrijheid voorbij is. Je gaat niet zomaar weer staan piesen langs de kant van de weg, al dan niet met plastuit. We hadden eigenlijk graag lekker naar huis gepeddeld.

Fika
Wie ons eventueel weer in levende lijve wil zien en zin heeft in vers gebakken Scandinavische wafels is van harte welkom op zondagmiddag 7 augustus vanaf 12.00 uur. Graag tot dan!


PS We zijn onderweg nog geïnterviewd voor de podcast van Fietskriebels over onze reis. Deze is hier te beluisteren.

Het raadhuis van Oslo
中國人也回來了
De haven van Oslo
Het Noors Nobel instituut
Oslo en de vele bloemen
Larvik
Een muurschildering van Thor Heyerdahl in Larvik

#17 – Het grand dessert

29 juli – 1 augustus

Noorwegen kent de Nasjonal sykkelrutes, oftewel de nationale doorgaande fietsroutes. Ze worden aangeduid met een nummer en zijn bewegwijzerd, maar er ontbreekt wel eens een bordje en de digitale versie, waar we gebruik van maken klopt niet geheel met de bordjes. Kortom, het is wel eens puzzelen. Wij maken na Trondheim een combinatie van deze fietsroutes. Ondanks deze fietsroutes rijdt je toch regelmatig op de doorgaande wegen met veel verkeer. Het kan ook bijna niet anders, want zoveel wegen zijn hier niet. Niet altijd prettig, maar de automobilisten houden goed rekening met fietsers. Vanaf Geilo volgen we de nr. 5 richting het zuiden.

Stavkirke
De oude houten staafkerk komt in het zuiden van Noorwegen regelmatig voor. We hebben er al een paar gezien. Ze stammen vaak rond 1100, nadat de inmiddels bekende St Olav de natie bekeerde tot het christendom. De meesten zijn vrij eenvoudig, maar sommigen zijn rijk versierd met houtsnijwerk en binnen met geschilderde taferelen. De toren heeft geen klokken, die bevinden zich vaak in een aparte klokkentoren.
De kerken zijn van de Noorse kerk, de algemene kerk van Noorwegen. Deze kerkstroming is Luthers en lijkt sterk op de katholieke kerk, al is het minder uitbundig.

Rallarvegen

We hadden nog tijd voor het ‘grand dessert’ van deze reis, één van de hoogtepunten. Een gravel fietsroute van 82 km tussen Haugastøl en Flåm door de bergen over een pad wat ooit werd gebruikt om de spoorlijn over de hoogvlaktes tussen Oslo en Bergen aan te leggen. In ons vorig Interrailleven, zoals eerder geschreven, reden we met de trein naar Bergen (en weer terug) en waren onder de indruk. Het wordt niet voor niets beschouwd als een van de mooiste treinreizen van Europa. Op de fiets maakt het landschap nog meer indruk. Gletsjers, bergmeren met ijs, de ruigte, watervallen en de uitzichten zijn fenomenaal. Het hoogste punt is 1343 m, waarbij je een aantal keer de fiets door de sneeuw moet voortduwen. Het is een populaire fietstocht voor ‘sportievelingen’ met (elektrische) mountainbikes. Het weer was ook nog eens prachtig.

Onderweg spraken we Erik, een stoere Scheveningse fietser met camouflagejack, die naar Kristiansand was gezeild (ook leuk!) en daarna aan een fietstocht was begonnen. Hij sliep tijdens zijn fietstocht in zijn hangmat of Bivi-bag. Dit laatste is een waterdichte zak om je slaapzak, waarmee je overal buiten kunt liggen. Hij wist nog niet hoe hij ging fietsen, maar hij moest in ieder geval ergens eind augustus in Stockholm zijn voor een bruiloft.

Het eindpunt Flåm beneden aan het Sognefjord is een toeristisch stadje, waar regelmatig een cruiseschip met duizenden toeristen aanmeert, vandaar de vele souvenirwinkels.

De volgende dag namen we heel relaxt de bekende Flåmbana terug, een zeer steil toeristentreintje met fraaie uitzichten en stops om foto’s te maken. Vanaf het fjord gaat het naar Myrdal op 864 m en sluit aan op de doorgaande spoorlijn naar Oslo, waar we heen langs fietsten. In Geilo stapten we weer vrolijk uit en vervolgden de tocht waar we twee dagen geleden waren gebleven. Wat een heerlijk toetje!

Het is toch jammer dat het ‘s avonds steeds weer wat eerder donker wordt. We waren er aangewend geraakt dat het de hele nacht licht blijft. Nu moet rond half elf alweer het hoofdlampje gebruikt worden. Gelukkig maar, dan hebben we dit item toch niet voor niets meegenomen.

Langs de Rallarvegen
Het Songefjord bij Flåm
Daar kan de NS nog een puntje aan zuigen
Stavkirk van Nøre

#16 – Mjølk is goed voor ølk

23 – 28 juli

In rivieren, meertjes of in een fjord kom je ze tegen: vissers. Vissen is een nationale sport en wordt zeer serieus genomen. In de kleinste supermarkt is wel een hoekje met visattributen. Zeevissen is vergunningvrij en in zoet water is een fiskekort verplicht. Zalm is populair en vangt men meestal door met een vlieghengel heen en weer te zwiepen als ze in een waadpak in de koude rivier staan. We zijn langs verschillende rivieren gereden, waarvan stellig wordt beweerd dat daar de beste zalm zit. “Dat zeiden ze bij die andere rivier ook al…” De gevangen vis wordt het liefst door de visser zelf schoongemaakt en beland vaak in de vriezer thuis. Gelukkig staat in de campingkeukens vaak duidelijk vermeld dat vissen slachten niet is toegestaan.

What goes up must go down

Na een tip van Eliot, de Zwitserse bikepacker rijden we over de fietsroute de Mjølkevegen oftewel de melkweg. Hoewel de tocht van 260 km over diverse hoogvlakten gaat en je beter het melkwegstelsel zou kunnen waarnemen, ontleedt het haar naam aan de koeien die hier, maar vooral vroeger, veelal los liepen en de weg onder schijten. De voornamelijk gravelwegen zijn echte kuitenbijters. We klimmen soms van 400 naar 1200 m in korte tijd. Stijgingspercentages van 10% zijn geen uitzondering, om vervolgens vrolijk weer naar beneden te sjezen. Eenmaal beneden begint het weer van voren af aan. Waar doe je het toch allemaal voor? Nou, de uitgestrekte hoogvlaktes zijn van grote schoonheid. Ruige berglandschappen, meertjes, riviertjes, vergezichten naar besneeuwde bergtoppen en zowaar duiken er weer eens rendieren op. Wilde dieren zijn er zeker niet, want er lopen nogal wat schapen met irritante bellen en wat losse koeien. Ook staan kris kras verspreid nogal wat zomerhuizen met mooie grasdaken. Veel Noren zijn in bezit van zo’n extra woning in de bergen voor weekenden en vakanties.

Onderweg staan we op een prachtige wildkampeerplek aan een meertje. Als we ‘s morgens wakker worden trekt de bewolking rond de bergen langzaam omhoog en komt de zon tevoorschijn. Wat een schoonheid!

This is the moment
Het lekkerste moment van de dag stellen we ‘s morgens bewust minimaal twintig kilometer uit, om het verlangen nog groter te maken. Kees van Kooten omschreef het al als ‘tussentijd’. Bij het ontbijt is de koffie al gezet en de thermoskan gaat rechtop mee in de fietstas. Na de verstreken kilometers zoeken we een geschikte locatie. Soms een overkapping om uit de wind of regen te zitten, of bij een mooi uitzicht, waarbij de meegezuilde stoeltjes in stelling worden gebracht, en heel soms op een schaduwplek tegen de felle zon. Als we volledig geïnstalleerd zijn gieten we het welriekende bruine, hete vocht in de nog mooie rvs mokken. Dit is simpelweg genieten. Om dit zen-moment compleet te maken trakteren we onszelf op Bixit haverekjeks, pure chocola en natuurlijk broodjes pindakaas. Spontaan schieten ons de woorden voor een Haiku (Japanse dichtvorm) te binnen:

Verlangen wordt beproefd
Een moment van puur genot
Koffie en Bixit

Over genieten gesproken. Marja waagt zich aan een sterk aanbevolen typisch Noors gerecht; de Rømmegrøt. Het blijkt slechts een schaaltje dikke pap te zijn, met zure room, volle melk, tarwebloem en boter. Aangevuld met flatbrød (een heeeel dun crackertje) en een paar schamele plakjes rendierenworst. Het is de prijs van € 27,50 meer dan waard, beweerd ze nog steeds.

We houden in het skiforp Beistølen een regen rustdag. Het was tenslotte al vier dagen lekker weer geweest, waarvan een enkele zelfs Teva-waardig! We bezoeken maar de drie sportwinkels, de supermarkt en het cafetaria van het dorpje. Ik uit verveling en Marja met grote interesse. Marja houdt zich gelukkig in en koopt slechts een truitje. Het valt op dat iedereen hier in outdoor kleding loopt. Noren houden dan ook echt van hiken en buiten zijn. In de weekenden en vakanties trekken ze er graag op uit, weer of geen weer. Maar, niet overdrijven, er zijn ook nogal wat Noren die wel wat meer lichaamsbeweging zouden kunnen gebruiken.

Een vliegvisser in actie
Zo neem je hengels mee
Het moment van de dag
Ons wildkampeerplekje
Langs de Mjølkenvegen
Ons nieuwe Tiny house. Weet iemand nog een schappelijke kavel?

#15 – Alle Trollen nog an toe

18 – 22 juli

Het Noors, Zweeds en Deens zijn talen die verwant zijn aan het Nederlands, Duits en Engels. Sommige woorden lijken op Nederlandse woorden, maar als een Noor begint te praten is er geen touw aan vast te knopen. Bij Zweeds denk ik overigens altijd aan de kok van de Muppet’s show: “Smurrie, de burdie…” Van een informatiebord of een andere Noorse tekst kan je best wat herkenbare woorden halen. Keuken is bijvoorbeeld kjøkken, fiets: sykkel en miljøstasjon: mileustation.

Trolleke
Noorwegen staat bekend als het land van de Trollen. Dit zijn mythische, grote maar vooral lelijke figuren, met grote puntige neuzen en uit de kluiten gewassen oren. Met zoveel overeenkomsten voelde ik meteen sympathie voor ze. Ze komen voor in sprookjes en volksverhalen en zijn te zien in de Efteling, Harry Potter of The Lord of the Rings. Ook zie je ze hier regelmatig in tuinen staan, net als bij ons de wansmakelijke tuinkabouters.

Wij reden, weliswaar zonder bepakking de Trollstigen (de Trollentrap) op. De goed te befietsen, super toeristische smalle weg van Åndalsnes naar Geiranger, met 11 haarspeldbochten en een stijgingspercentage van 9%. Het is een van de mooiste wegen van Noorwegen. Een colonne auto’s, bussen, campers, motoren en een enkele fietser kruipen de hele dag door omhoog. Onderweg de gave waterval; de Stigfossen passerend. Boven bij het uitzichtpunt heb je een prachtig uitzicht over de haarspeldbochten en het dal. We klommen nog iets verder door en belanden in een werkelijk schitterend ruig berglandschap. Met besneeuwde bergen en prachtige uitzichten. Het was er meteen een stuk rustiger. Enkelen waagden zich nog op ski’s.

Getting better
Een bekend Noors spreekwoord luidt: Hvis solen i tillegg er så rask, vil regnet innhente henne. Oftewel: Al is de zon ook nog zo snel, de regen achterhaald haar wel. De laatste dagen viel het reuze mee. Hoewel het bijna elke dag nog regende, werd het langzaam wat warmer en steeds beter. Toen de zon op een vroege morgen scheen, deden we samen met Eliot, een Zwitserse bikepacker, spontaan een vreugdedans.

Tussen Lesja en Vågåmo ligt een puist van 1200 meter. Je kunt kiezen om er omheen te fietsen langs een rivier of er overheen. Het werd het laatste. We zwoegen omhoog, langs het gravelpad, de Slådalsvegen op de eerste Teva-waardige dag (zonnig en boven de 20 graden) sinds weken en bevonden ons in irritant gezelschap. Zo’n honderd vliegen vergezellen ons tijdens de steile rit omhoog. Ze zaten overal. Lag het toch aan de Timotei Alpenweidebloemsem shampoo, die ik gisteravond in de campingdouche had gebruikt? Hoe dan ook, het was knap vervelend. Boven was het ook een soort Alpenweide, maar met minder bloemen. Een uitgestrekte kale ruige, hoogvlakte met gras, lage struiken, rotsen en zelfs wat sneeuw.

Niet mokken
Het is niet zo dat wij geen serieuze problemen ondervinden. Al een tijd zijn we niet te spreken over de praktische, lichte, stapelbare, maar kunststof GSI mokken. Reden: elke soort thee heeft dezelfde plastic smaak en koffie koelt snel af. Tijd dus voor een geïsoleerde, iets zwaardere, maar smakeloze rvs-mok. In Nederland in elke outdoorzaak te vinden, maar hier lastig te vinden of erg groot of te zwaar. We overwogen zelfs even om een schattige houten mok aan te schaffen. Na een zoektocht van weken, zijn we als een kind zo blij dat we ze hebben gevonden. Mijn moeder zong het vroeger al: “Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen…

Gezellig, weer regen…
Da’s lekker ‘s morgens uit de tent stappen
De ene troll is de ander niet
Nog negen haarspeldbochten te gaan
Stigfossen
Uitzichtpunt vanaf de Trollstigen
Een typisch Noors huis
En weer een waterval…
Over de hoogvlakte langs de Slådalsvegen
It’s a long way home

#14 – Trondheim und so weiter

12 – 17 juli

Trondheim heeft de enorme Nidaros kathedraal die je eerder in Frankrijk of Italië zou verwachten. Hij valt nogal uit de toon tussen de eenvoudige houten huizen en gebouwen. De kathedraal die na de bouw in de 11e eeuw al een keer of vijf is verbrand, is gewijd aan St. Olav, de heilig verklaarde Noorse held. De mannetjesputter bevrijde Noorwegen van de Denen, kroonde zichzelf tot koning en gaf de Noren een keuze; de bijbel aannemen of aan het zwaard geregen worden. Zoals eerder gememoreerd lopen er een aantal pelgrimspaden naar Trondheim toe, maar pelgrims zijn er weinig. Hoewel ze de wandelroute promoten valt ze in het niets bij de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela.

Deze derde stad van Noorwegen ademt een fijne moderne sfeer uit. Met musea, een universtiteit en een leuke authentieke wijk. Het was er zo leuk dat ik er zelfs voor koos om hier mijn verjaardag te vieren, samen met zus en zwager, die ook aan kwamen waaien.

Fietsfamilie

Wij volgen, net als veel andere fietsers de Eurovelo 1. Het blijft leuk om andere fietsers te ontmoeten. Het is net een grote familie en klit op campings, veerponten en supermarkten bij elkaar. Verhalen worden uitgewisseld, campings en de route besproken. We komen weer bijzondere types tegen. Een jongen met een enorme koffer op zijn rug gebonden. Een oudere man met de baard van Sinterklaas, een afgeladen fiets en een kartonnen bordje: “Ik ga naar de Noordkaap”. Een Zwitserse gezin, met twee pubers die al twee jaar met een camper door Europa aan het reizen zijn, maar nu vanaf Bergen naar de Noordkaap fietsten. Hengels aan de fiets om dagelijks verse vis te scoren. Dan de twee lange, net afgestudeerde Franse journalisten op een te kleine tandem. Ze slingerden over de weg met een topzwaar bagagewagentje achter de fiets. Of de Zwitser die zijn leeftijd cryptisch verpakte: “Ik ben in de oorlog gemaakt, maar na de oorlog geboren”. Opa dook zonder problemen in zijn kleine tentje. Soms kom je elkaar weer eens tegen of fiets je een stuk met elkaar mee.

Geen fietsers, maar twee oudere mannen die aan een picknicktafel stevig aan het bier en de snus zaten. Ze vroegen me naar Ard Schenk en wat Falco Zandstra eigenlijk tegenwoordig doet. Ik maakte indruk door naast Johann Olav Koss ook de Noorse schaatslegendes uit de jaren zeventig op te dreunen, de vier S’en: Stensen, Stenshjemmet, Sjøbrend en Storholt. Ooit geleerd van Mart Smeets. Een paar dagen later stuiten we stomtoevallig op een standbeeld van Storholt!

Dag Eurovelo
Voor Trondheim fietsen we nog langs de prachtige fjorden en zien naast natuur ook meer cultuurlandschap ontstaan, met boerderijen, graanvelden en piepers. Ook de fraaie voorraadschuurtjes zijn weer terug van weggeweest. Het grasdak komt veel voor op huizen en schuren. Na de stad breken we met de Eurovelo 1 en trekken meer landinwaarts, deels langs een pelgrimsroute, zonder overigens een pelgrim of fietser te zien. We overbrugden een hoogteverschil van 800 meter. De volgende dag reed het gemakkelijk weer naar beneden. Door het nationale park Sunndal, met langs ons de snelstromende zalmrivier, omringd door hoge bergen en tal van watervallen. Terwijl in de rest van Europa de mussen, voor zover nog niet uitgestorven, vanwege de hitte van het dak vallen, blijft het kwik hier meestal steken op zo’n 8 tot 12 graden met geregeld regen of een vieze motter.

Easy living
Ons leventje is lekker simpel. Alles wat we hebben past gemakkelijk op de fiets. De overbodige spullen zijn meegegeven aan zus Diana. Behalve mijn Teva’s, het zal toch wel een keer warmer worden? We komen niets te kort en het is een overzichtelijk en prettig leven. Elke dag weer een stukje verder, mooie dingen zien, mensen ontmoeten, genieten van simpele dingen; als een kop koffie met een kanelknuter en ‘s avonds moe en voldaan in de warme donzen slaapzak kruipen. Geen gestress, vergaderingen, procedures, verplichtingen of deadlines. We fietsen van camping naar camping en van supermarkt tot supermarkt. Dat zijn de belangrijkste locaties. Het is wel eens zoeken en improviseren, maar we kunnen voldoende eten en een slaapplaats is er altijd met de tent in een fietstas.

Helaas geen pot goud gevonden
De Nidaroskathedraal in Trondheim
De Gamle Bybro in Trondheim
Een straatje in de wijk Bakklandet in Trondheim
Smullen maar
Petje af, hoor!
Waarom zouden die paraplu’s hier hangen?
Uitzicht op de Gamle Bybro en de oude pakhuizen
De Noorse schaatsheld Jan Egil Storholt in Løkken Verk

#13 – Klein fietsersleed en andere hoogtepunten

7 – 11 juli

In heel Scandinavië heb je recht op vrije toegang in de natuur. Het zogenaamde ‘Allemansrecht’. Dit recht is gebaseerd op respect voor het landschap en de bezoeker moet altijd rekening houden met de boeren, landeigenaars, andere gebruikers en het milieu. Je mag hierdoor bijna overal je tentje opzetten. Sommige fietsers en hikers doen bijna niet anders. Zeker ook omdat je het water uit beekjes veelal zonder waterfilter kunt drinken. We kamperen ook wel eens in de bush bush, maar met kou en regen is een hete douche en een verwarmde keuken op campings erg aangenaam.

Waterval
Op de zoveelste regendag op rij besloten we om weer op de trouwe Gudereit te stappen. Het leek aanvankelijk een goede keuze. Af en toe droge perioden en een fraaie weg. Tot de laatste grote klim. Een tegenligger riep al cynisch naar ons: “Enjoy, the climb”. Het begon hard te waaien en de regen sloeg in ons gezicht, hoe hoger we kwamen hoe mistiger het werd. We zagen weinig meer. Op de weg ontstond spontaan een riviertje en dan komt toch het moment dat de regenpakken doorlekken. Bepaald geen fijn gevoel. Ik begon spontaan Lee Towers na te zingen: “I can see clearly now, the rain has gone…” Is dit zielig genoeg voor onze bloglezers? “Nee”, zei Marja: “Het was ook nog hartstikke koud, zodat ik niet kon schakelen”. Langdurige regen is voor fietsers en hikers dubbel vervelend, maar je doet er zo weinig aan.

De omgeving blijft erg fraai. De ruige hoge bergen, watervalletjes, beekjes, bossen en meren. We hoppen met de ferry’s van het ene eiland naar het andere en komen meer in de bewoonde wereld. De dorpjes zijn groter en er zijn meer boerderijen, met de koeien op stal. De kans dat we nu noch Floortje Dessing tegen het lijf lopen is zo goed als uitgesloten.

Elandenstress

‘s Morgens keek ik tijdens het koffie zetten slaperig uit het keukenraam naar de mooie zeven zusters, een bergketen met zeven toppen, die noch deels in nevelen was gehuld. Opeens keek ik recht in de snuit van een eland. Ik rende naar het fototoestel om dit prachtige beest voor eeuwig op de gevoelige plaat te zetten. Er liepen er nog eens drie exemplaren voorbij, waarvan een jonkie. Waarom weigert op dat moment het toestel?!

IJs en vis moet je nemen als het er is
Nadat we weer een dag meer hadden gescholen dan gefietst kwamen we in de campingkeuken de eveneens verkleumde Franse bikepacker Kelig tegen. Hij fietst zo’n 150 – 200 km per dag en heeft er al een imposante fietsreis opzitten. Vanaf zijn voordeur in Brest, via Zwitserland, Kroatië, Roemenië, de Baltische staten naar Finland en via de Noordkaap en de Lofoten was hij zomaar in een hut op Sandnessjøen Camping neergestreken. Een Noorse campinggast tipte ons en zo reden we de volgende dag naar een prachtige wild kampeerplek met zandstrandje, zonder palmbomen overigens. Onderweg sloten twee fietsende Aussies Steve en Craig bij ons aan. Ze fietsen met een kleine geluidsbox voor extra motivatie bergop. Kelig was een stuk sneller en had eigenhandig alvast een koolvis gevangen en gefileerd. Dat was smullen; de gebruikelijke spaghetti, maar nu met verse vis.

Wijn en kaas uit het vuistje
Mijn zus Diana en zwager Evert reizen per camper door Scandinavië. We ontmoeten elkaar op een zompige boerencamping. Het werd een gezellige avond en er werd fijn voor ons gekookt. Andere wensen gingen ook in vervulling: Hollandse oude kaas en rode wijn (Merlot, altijd goed..) De volgende morgen reden we tussen de buien door verder.

Donkere wolken pakken zich samen
Een familieonderonsje met wijn en Hollandsche oude kaas!
Een strandje voor onszelf
Ff m’ drone uitproberen (thanks to Craig and Steve)
Het internationale fietsersgezelschap vlnr: Craig, Steve, Marja, Willem en Kelig
Gevonden in Noorwegen, de ‘Into the wild’-bus

#12 – Tunnels en ferry’s

3 – 6 juli

Tunnels komen regelmatig voor, ze snijden grote stukken af en maken ontoegankelijke delen bereikbaar. Ze variëren van een paar honderd meter tot vele kilometers en zijn voor fietsers niet fijn. Vaak smal, vochtig, de verlichting is matig en het maakt nogal wat herrie als er een auto je passeert. Gelukkig hebben we na de Noordkaaptunnel geen tunnelvrees meer. De algemene tunnelvisie voor fietsers is als volgt: Val vooral op. Dat betekent fietsverlichting aan, een felgekleurd (regen)jack en een knipperend helmlicht. Voor sommige tunnels staat een waarschuwingsbord: ‘Let op fietsers’, die je kunt activeren door een knop in te drukken.

We belanden regelmatig op een veerpont, van 20 minuten tot wel vier uur. Soms meerdere keren per dag. Het is meestal een welkome onderbreking, al moet je de tijd in de gaten houden; de pont wacht niet op een paar fietsers. Marja’s evenwichtsorgaan wordt bij langere oversteken, boven windkracht 2 danig op de proef gesteld en is dan op het dek te vinden.

Ondertussen
Bodø, de schrik van AZ in de Conference Leage, is naast een voetbalclub ook een flinke stad en heeft een fraaie, architectonische bibliotheek. Waarschijnlijk met een mooi uitzicht, maar met de screens naar beneden zien we daar weinig van. De tocht naar het zuiden over weg 17 is wederom prachtig, maar anders dan de Lofoten. Ook hier fietsen we weer langs de imposante fjorden. Het is bossiger met af en toe zelfs wat grasland, een paar koeien en schapen. Na elke bocht is het verrassend mooi. We reden tevens langs de Saltstraumen, de sterkste getijstroom in de wereld, met flinke draaikolken.

North or Saus
We ontmoeten een paar vakantiefietsers per dag. Zoals eerder vermeld meestal (Duitse) mannen van een zekere leeftijd, maar ook een aantal stellen en een enkele losse vrouw. De meesten reizen noordwaarts, via de Lofoten. Het aantal zuidreizigers is lastiger in te schatten. We rijden zelf naar het zuiden en als ze hetzelfde tempo aanhouden, kom je bijna geen zuidganger tegen. Tot nu toe zijn het snelle Noren, die eerst naar de Noordkaap vliegen en terug naar huis fietsen.

Who’ll stop the rain?
Het was zulk heerlijk zonnig en aangenaam weer de afgelopen week, dat we dachten dat het normaal was. Helaas is ‘pokke’-weer de norm en het is wel eens beter. Niet voor niets is alles zo lekker frisgroen en waar komen anders die beekjes en watervallen vandaan? Het zuidelijker gelegen Bergen heeft zelfs 300 regendagen per jaar! We zitten de eerste volledige regendag vrijwillig opgesloten in de krappe campingkeuken, terwijl de regen continue op het raam klettert. Leve de e-reader en het koffiezetapparaat! De volgende regendag verzinnen we een gezellig uitje. Met de veerpont van Kilboghamn naar Jetvik en terug, ondertussen passeren we meerdere keren de Poolcirkel. Onderwijl blijft het lekker doorregenen. Morgen een nieuwe dag, met nieuwe regenkansen.

Relax
De Noren en ook de Zweden zijn wat afstandelijke, rustige en vriendelijke mensen. Ze spreken je niet snel aan, maar als je ze wat vraagt willen ze je best helpen. Het gaat hier allemaal een stuk gemoedelijker dan thuis, ook omdat er gewoon veel minder mensen zijn. In winkels, op campings of bij een veerpont ook geen gestress of opgefokt gedoe om zo snel mogelijk aan boord te komen.

Tijdens de corona-crisis moesten ook de Noren anderhalve meter afstand van elkaar houden. Er werd al gegrapt: Dat is dichterbij dan normaal!

De Saltstraumen
Kijk uit, malle fietsers!
Ja, er is licht aan het eind van de tunnel…
De Poolcirkel

#11 – De Lofoten

28 juni – 2 juli.

“Hé, pssst, do you want to buy some Snus. Real good Snus?” Het klinkt als een door de Taliban geteelde hasj-soort, maar het is gewoon tabak met lekkere smaakjes in kleine theezakje gerold, die je vervolgens onder je bovenlip stopt. Een typische Noorse of Zweedse verslaving. Het geeft urenlang nicotine af via de slijmvliezen. De zakjes worden nu verpakt in gezellige ronde blikjes. Vroeger gebruikten vissers en werklui deze vorm van tabak, dan konden ze gewoon werken zonder last te hebben van sigaretterook. Tegenwoordig gebruiken ook jongeren deze nicotinebommetjes, die in de rest van Europa overigens verboden zijn.

Wow!
Met een veerdienst, die voor fietsers steeds gratis zijn komen we aan op de eilandengroep de Lofoten. De zon schijnt bij uitzondering uitbundig, het is dik boven de twintig graden en mijn Teva’s komen voor het eerst, na 5 weken, ergens diep uit een fietstas. Het voelt helemaal vreemd.
De eilanden zijn beroemd vanwege de overweldigende natuur, de ruige spitse bergen, fjorden en meren. Het is net alsof we in een natuurfilm fietsen. Helaas is dit bij half Europa bekend, waardoor het er vrij druk is met campers en huurauto’s. Op de doorgaande E10 is het vervelend rijden met zoveel verkeer, maar de andere wegen zijn rustiger. Op veel plekken staan bordjes dat je er niet mag kamperen of dat een weggetje privé is. Kennelijk worden ze in het hoogseizoen helemaal overspoeld door toeristen. Op het meest verre eiland zijn pittoreske vissersdorpjes, weliswaar niet meer in gebruik. Omdat we niet meer verder konden fietsen pakten we maar de vier uur lange veerboot naar Bodø terug naar het vasteland.

Stokvis
Vooral op de Lofoten en ook wel noordelijker zie je grote houten rekken waar kabeljauw gedroogd wordt tot stokvis. Dat kan goed in dit koude klimaat, zonder dat de vis verrot. De vis wordt kneiterhard en kan veel langer worden bewaard. De Vikingen hadden dit al bedacht en dat was reuze handig bij hun lange scheepsreizen, naar bijvoorbeeld Dorestad (Wijk bij Duurstede). Voor consumptie moet de vis eerst gebeukt en daarna dagenlang worden geweekt om het vlees weer zacht en eetbaar te maken. Helaas zijn bijna alle vissen al van hun stokken gehaald en hangen er soms nog wat lugubere vissenkoppen. Het vangseizoen is ook al in februari. Stokvis wordt veel gegeten in onder andere Portugal, waar het Bacelhau heet en sterk gezouten is. De stokvis is belangrijk voor de Noorse economie.

Mee-eters
Op een van de campings ontmoeten we de 37-jarige Zweedse pechvogel Peter. Zijn auto stopte er plots mee en hij veroorzaakte een file van een kilometer op de E10. De reparatie gaat hem een slordige € 1.000 kosten. Hij at met ons mee, want de meeste van zijn spullen lagen nog in de auto die bij de garage staat. We bespraken an passant de mogelijke toetreding van Zweden tot de NAVO, het Amerikaanse verkiezingssysteem en het opnemen van de vele vluchtelingen door Zweden.

Piet, de bezwete, druistige en gepensioneerde fietser uit Venray, met sterk Brabants accent en dito steunkousen, at ook een keer gezellig mee. Ook hij had een verhaal. Hij kwam de keuken binnen gestoven na een lange rit van 161 km. Hij had onenigheid gehad met zijn Duitse fietsmaat, waarmee hij al vier weken optrok. De bom was gebarsten en hij wilde zoveel mogelijk bij hem vandaan zien te komen. Hoewel hij geen woord Engels sprak en een paar woorden Duits kon hij zich toch overal prima redden, ook bij zijn eerder fietstochten door Europa.

Geen nieuws
Ik fiets al zo’n drie weken rond zonder dat ik enig nieuws lees. De NOS-app is verwijdert. Misschien is intussen een vliegtuig neergestort, speelt Thierry Baudet weer een van zijn politieke spelletjes of is de kat van de buren weggelopen. Ik weet het gewoon niet en mis het eigenlijk ook niet. Het is wel even lekker rustig zo.

Sykehus
Vanwege familie-onderzoek spoorden we in Gravdal het ziekenhuis op waar Wim en Mariet in 1970(!) een paar jaar hadden gewerkt en waar nicht Marit is geboren. Misschien een idee om het vaker te doen, ze hebben ook gewerkt in Nepal, Oeganda en Ethiopië. Best aardig om eens naar toe te fietsen.

De rekken met stokvis…koppen
Een pakhuis vol!
De meeuw van Ballstad
Een bakkie in het filmdecor
Uitzicht op het oude vissersdorp Reine
Hamnøy
Het bijzonder rustige Nordland ziekenhuis