28 Juli Mary in Salem

‘Adopt a highway’ staat er vaak te lezen op bordjes langs de kant van de weg. Het betekent dat iemand (meestal) 1 mile van de bermen van weg ontdoet van zwerfvuil. Je komt de meest uiteenlopende namen onder deze borden tegen: families, een kerk, een winkel, de camping of het plaatselijke breiclubje.  Het personeel van de fastfood ketens zouden eigenlijk hier moeten opruimen. Want het meeste zwerfafval zijn de kartonnen bekers met een rietje en ander wegwerpverpakkingen.

Na een heerlijk onbtijtje namen we afscheid van Jeremy en de hond en kregen nog de nodige etenswaren mee voor onderweg. Een prima adres. We reden vandaag veel langs wegen met druk verkeer. Het werd daarom niet bepaald een memorabele rit.  Maar het kan niet altijd van grootse schoonheid zijn. Het was vlak, maar hoe verder we richting Salem kwamen hoe heuvelachtiger het werd. En dan is het toch wat aardiger en afwisselender. De windrichting was met name noord of west en dat betekent dat we de komende week weer de nodige tegenwind zullen ervaren.

Onderweg kwamen we veel bessenkwekerijen tegen, waar jezelf de bessen moest plukken: U pick heet dat hier. Na het plukken betaal je wat je geplukt hebt. Het zijn veel blauwe bessen en bramen. Dat je ondertussen een heel bakje fruit hebt op gegeten maakt niet uit, volgens een slimme vrouw die ons aansprak.  

En daar stonden we dan zomaar op de trap van het huis van mijn nicht Mary. Slechts 33 jaar geleden had ik haar voor het laatst ontmoet in Milwaukee, waar ze toen woonde. Zij kon het zich niet meer herinneren. Ik wel. Wat vliegt de tijd… Het was leuk om Mary en haar man Steve, en een deel van hun kinderen te ontmoeten. We werden gastvrij ontvangen. De hele familie Poortvliet werd uitgebreidt doorgenomen. Gelukkig hebben we morgen nog een dag.

Nicht Mary and me
Ik ben nu wel sneller op de top van de berg…
Hoe rijden jullie eigenlijk?

Advertenties

27 juli The Jerk en de ijsverkoper 

You’re a jerk” zei de vrouw tegen Freek toen we geacht werden de receptiehal te verlaten. Zo ga je dus om met je campinggasten. Anderhalf uur daarvoor schrokken we ons rot toen een flinke Berk met donderend geraas zo’n 10 meter van de tent op de grond viel. We zaten meteen rechtop in de slaapzakken. Het waaide niet eens en de boom leek zomaar om te vallen. We kregen de fietsen met moeite over de takken heen om van plaats 14 tussen de bomen weg te komen.

We reden hoofdzakelijk naar beneden vanuit het dichte bos met dennen en berken over de drukke Highway 126. Het landschap veranderde van naar een meer open gebied. De bossen werden minder en druiven en fruitbomen en landbouw verscheen om uiteindelijk over te gaan naar vlak land met graan, gras, mais en aardappelen. We plukten bramen langs de kant van de weg. Heerlijk in de yoghurt. Achter ons lagen de bergen. Voor ons ergens de oceaan. We namen afscheid van Kaley, Chelsea en Ajana onderweg. Zij verkozen Florence aan de kust en daar te stoppen. Wij rijden helemaal door langs de kust naar Astoria.

In Coburg ontmoette we Walt, de ijsverkoper met heerlijk Tillamook ijs. Deze praterige 70 jarige man had ook de burgemeester van dit 1100 bewoners tellende stadje kunnen zijn, maar daar had hij weinig trek in. “Ik wil geen verplichtingen meer”, zo zei hij. “Wie wel”, dacht ik. Hij was in 1968 in de Heinekenbrouwerij in Amsterdam geweest. De volgende morgen werd hij wakker in zijn hotelkamer, maar hij er geen idee van hoe hij daar was gekomen. Hij had een fotozaak gehad en leerde Freek hoe je een camera moest vasthouden. We kregen nog twee ijsjes van hem en vulden onze bidons met bronwater voor het laatste stuk.

In Harrisburg aan gekomen (nee, niet de plek waar de kernongeval plaatsvond in 1979) hadden we eindelijk eens WiFi. En kregen hierdoor net op tijd bericht van het Warmshower adres. We waren welkom. Het had weinig gescheeld of we hadden al op een camping gestaan. We reden nog een paar kilometer en kwamen aan bij Megan en Jeremy. Leuke dertigers, met een schuwe Duitse herder. Ze hadden al wat landen bezocht en gewerkt in Afhanistan voor een hulporganisatie. Er werd ons een maaltijd aangeboden bestaande uit onder andere gegrilde aubergines uit eigen tuin. We praten over van alles en nog wat en ja hoor Trump kwam ook weer eens voorbij. De vluchtelingen en andere wereldproblemen passeerden tevens de revue. Maar ook het dure ziekenkostensysteem. Je betaald betaald $600,- per persoon om verzekerd te zijn tegen ziektekosten. 

Walt, met bril toch een knappere vent

26 juli Je moet het van de afwisseling hebben

Hoe een landschap kan veranderen in een aantal kilometers. Reden we eerst door het ruige en droge Smith Rock State Park, kwamen we daarna door een echt landbouwgebied. Met graan, mais, aardappelen en zelfs uienzaad (wist niet dat de Groot & Slot ook hier proefvelden hadden). Vervolgens kwamen we door het stadje Sisters in Wild West style. Om daarna te beginnen aan de 30 km lange klim naar de Mc Kenzipass, door een dun en deels verbrand dennenbos. Een pracht van een klim. Met af en toe schaduw van de bomen. Freek stond al even voor de top gapend op mij te wachten en raakte mij diep in mijn eergevoel: “Heb je soms een toeristische route genomen, het duurde zoooo lang”. We reden daarna samen dwars door zwarte lavavelden naar de top. Er groeide niets, slechts zwarte enorme hopen lavastenen. Gaaf en bijzonder. De enorme afdaling was weer genieten. Compleet met haarspeldbochten en de langzame auto’s haalden we in. We reden hier door een dicht woud van dennebomen. Die zeker vier keer zo groot waren dan aan de andere kant van de berg. Compleet met arens en andere weelderige vegetatie. Dit is de laatste bergrug voor de oceaan. Hoewel het nog wel een paar dagen duurt voordat we die bereiken.

Je komt ze door het hele land tegen. De historische markers. Een bord langs de kant van de weg die uitleg geeft over de geschiedenis van het punt of de streek. Hier in de het Westen is de bekende geschiedenis slechts zo’n 150 jaar oud. Het betreft dan meestal iets over de trek naar het westen, de mijnbouw en goudkoorts. Het heeft echt iets ANWB’erig, die borden. 

De gesteldheid van de wegen is over het algemeen best goed en ze worden redelijk onderhouden. Al zijn er verschillen per staat. Colorado heeft de minst onderhouden wegen en Kansas de beste. Er zijn ook nogal wat betonwegen, waar ze later asfalt overheen hebben gelegd. De overgangen tussen de betonplaten voel je nog steeds om de paar meter. We hoefden bijna nooit op gravelwegen te rijden, of we kozen er zelf voor. 

Redelijk op tijd, door de lange afdaling belanden in een heerlijke hot spring bij een wat Lodge annex camping. Doordat we samen met de dames waren, waarmee we gisteren Kerst hadden gevierd, werd het betaalbaar. Heerlijk voor de spiertjes dat hete water van de hot spring, maar je wordt er zo lazy van. Doordat we geen boodschappen konden doen aten we een karige chicken plate bij de grillbar. Het was allemaal niet veel. We kijken nu al uit naar het ontbijt. 

25 Juli Christmas in July

“Ik heb dorst”, zei de veel te dikke jongen van zo’n 15 jaar door de telefoon tegen zijn moeder. Je hoorde haar wat terugzeggen. “Kan je wat geld brengen dan kan ik een Pepsi halen”. Hij hing weer op. Bij hem zat een ander jongen en er lag er nog een languit op de bank van de picknicktafel. Die had een step bij zich. Waar hij weinig mee deed. Er ging wat tijd voorbij en de veel te dikke jongen belde weer naar zijn moeder: “Waar blijf je nu? … Nee, ik zit in de andere overkapping in het park!” Hij hing weer op. Even later kwam de moeder aanrijden in een witte Buick. De veel te dikke jongen waggelde naar de auto toe en kreeg vijf Dollar van zijn moeder. Hij waggelde weer terug en de witte Buick reed de straat uit.

Schreef ik gisteren nog over het gemak om als mannen te reizen. Vanmorgen kwam daar abrupt een einde aan. Chelsea kwam enthousiast naar ons toe en zei: “Jullie gaan vandaag toch naar dezelfde camping als ons en zouden jullie mee willen doen met ‘Christmas in July’. Dan moeten jullie een cadeau kopen voor max. $5,-“. We konden niet weigerden. Pfff, lullige cadeau’s kopen. Echt een mannending.

Freek had in het hostel al een lekke voorband. Da’s een goed begin van de dag. We begonnen daarna aan een flinke klim naar de Ochoco pass. Rond koffietijd hadden we ook deze weer in de pocket. Het is hier weer een droog, vrij ruig gebied met veel Jeneverbesbomen. Die kwamen hier oorspronkelijk niet voor, maar de afgelopen 20 jaar beginnen overal maar te groeien. Vanuit de overheid willen ze al deze bomen kappen, om de oorspronkelijke kale bergen weer te laten zien. Het hout krijg je bijna gratis mee. Daarom heeft het domineespaar een houtkachel in hun huis laten maken. Komen ze goedkoop de winter door.

Na de klim daalden we lekker de hele dag totdat we in het dal van Prineville kwamen. In deze stad ging de speurtocht naar brandstof voor het kooktoestel weer verder. Die duurt nu al een paar dagen. In een van de drie winkels verkochten ze het wel, maar dan in blikken 1 Gallon. (3,78 liter). En daar wil je niet mee fietsen. Uiteindelijk vulde ik het tankje maar met ongelode benzine bij het tankstation a raison $0,35 . Je moet wat tenslotte.

In het prachtige Smith Rock State Park zetten we de tenten op. We keken prachtig op de ruige geërodeerde bergen met onderin een riviertje. Gaaf gezicht. Na de warme prak, gekookt dus op de benzine, moest het dan gebeuren: ‘Christmas in July’, alleen voor de `cool people’. Op de achtergrond kerstmuziek en een half mokje warme rode wijn erbij. De cadeaus op tafel en via een loting mocht je wat uitpakken en afpakken. Het werd gezellig en al bellenblazend (mijn gekregen cadeau) werd het langzaam donker. Nu maar dromen van een witte Kerst. 

Smith Rock State Park
wacht tot het rode licht gedoofd is. Er kan nog een trein aankomen

24 juli I see a red mountain and I want to paint it…

Reizen met louter mannen heeft zo zijn voordelen. Het schiet wat meer op ’s morgens. Je trekt gewoon wat aan, zonder je af te vragen of het al in de was moet. Vragen als: “Zal ik mijn roze truitje of mijn blauwe aantrekken” en “Gaat het wel goed met die benzinebrander, ik vind het zo eng” zijn niet aan de orde. Ook: “Vindt je dat ik een dikke kont heb in deze broek” hoef je niet ontkennend te beantwoorden.

Het werd een hete dag. Maar wel weer een bijzonder mooie. De tocht voerde eerst door een breed dal en de weg ging hoofdzakelijk lekker naar beneden. Dat was makkelijke kilometers maken. Daarna kwamen we door Picture Gorge. Een fotogenieke kloof met rechte steile wanden en een glinsterend riviertje naast de kronkelige weg. Daarna begon de 45 km lange klim naar de Keyes Creek summit. Het werd heter en heter. Stom dat we waren om de niet de extra literfles met water te vullen. Voorzichtige slokjes namen we uit de bidons, om water te sparen. Een paar kilometer voor de top stopten we onder de enige boom in de wijde omtrek. Mijn tong plakte aan mijn gehemelte vast: “De regenpakken kunnen nu wel uit”, wist ik er nog net uit te brengen. Freek kon niets meer zeggen, maar zijn knieën knikten (FdJ). Bij de 10 km lange afdaling was alles weer vergeten. We zoefden naar beneden met een hogere snelheid dan toegestaan binnen de bebouwde kom.
In Mitchell zouden we in het citypark slapen, maar in de dorpswinkel kregen we te horen dat we ook in het nieuwe Bike hostel terecht konden, die in de oude kerk (1941) gevestigd was. Dat klonk veelbelovend. In de slaapzaal stonden bekende fietsen. Ik ontmoette daar Keely, Chelsea en het Israëlische meisje Anjana wederom. Dat was leuk weerzien. Ik had ze ruim een maand niet gezien. Het bikehostel was voorzien van een prima keuken en veel spullen en eten. Het werd gerund door een domineesechtpaar van de Pinkstergemeente. We mochten douchen bij hun thuis en ’s avond gingen we in twee auto’s met alle gasten naar de Painted Hills. Kale rode bergen die prachtig kleurden in de ondergaande zon.

In het hostel was ook een oudere Duitse wereldfietser met mooie verhalen over zijn tochten door Namibië, Koerdistan en centraal Azië. En zo verliep de dag weer heel anders dan we dachten. Heerlijk!

Nu te koop in Oregon: de Oosterdel rietsigaar met de smaak van vroeger. Premium Quality
Picture canyon
Eindelijk een cola!
Painted hills

23 Juli Niet weer die Trump

“Trump. Make America great again”, stond op de petten van een aantal 80 jarigen te lezen. Wij zaten des morgens aan een (lekker) bakkie koffie in een Mc Donalds. Zij kwamen hier dagelijks. De mannen waren het met Trump eens dat hij de banen terug ging halen naar America. Weg uit China en zo en onze eigen spullen weer maken. Hoe? Dan, wordt het wat onduidelijk. De kern van het kapitalisme is dat je je spullen laat maken daar waar het het goedkoopst is, ongeacht wat. Gaat heer Trump dan soms bedrijven subsidiëren (vies woord hier in de VS) of importheffingen opleggen of Amerikaanse arbeiders onderbetalen? Op de vraag of ze ook zo’n problemen in Baker City ondervonden door al die illegale Mexicanen, waardoor de Berlijnse muur tussen Mexico en de VS een uitstekend inzicht is van Trump, keken ze me een beetje vreemd aan. Hier wonen geen illegale Mexicanen.

We fietsen het dal van Beker City uit door een canyon heen. Bij een stuwmeertje lagen hopen mijnafval van de voormalige goudmijn. Het werd een bergetappe. We klommen de Sumpter pas op. We kregen er vandaag nog twee voor de wielen: De Tipton pas en de Dixie pas. Niet heel erg zwaar, maar toch lekker even flink stoempen op de pedalen. Na elke klim volgde een lekkere afdaling. Hoewel, je weet wanneer je afdaalt dat je het vervolgens allemaal weer omhoog moet klimmen. Dat geeft net een ander gevoel aan een afdaling. Het landschap was eerst nog droog en dor, maar werd al snel anders. Er verschenen weer dennenbomen, het werd groener en mooier. De dalen waren groen van het malse gras.

Onderweg, op een verlaten stuk, stond een bordje dat fietsers hun bidons mochten vullen. We belanden bij humoristische kluizenaar Bo, die tevens een houtkunstenaar was. Hij leefde hier op zijn eigen gecreëerde vuilnisbelt, zonder elektra en stromend water en was met 8 projecten tegelijk bezig. Hij vroeg of we even een kast naar boven wilde brengen en een oude BBQ wilden verplaatsen naar een caravan. Geen probleem. Hij maakte grote stoelen, met een betekenis. The Bitch stoel en een enorme stoel voor een vrouw met weelderige rok. In een pijpje rookte, deze voormalige houthakker wat wiet, voor zijn gezondheid natuurlijk. We vulden de bidons met fris zacht bronwater uit zijn tank en namen lachend afscheid.

Het werd een lange dag om het morgen wat makkelijker te hebben. In John Day (mooie naam overigens) stopten we na 137 km op de teller. Hier was een autocross bezig. Je moest er kaartjes voor hebben. Het feestterrein stond net naast de camping, al zagen we er weinig van, horen deden we het des te beter. 

Bo
Echt uitkijken geblazen met die sneeuwscooters

22 Juli She Likes Weeds

Halfway ligt ergens halverwege tussen. Volgens Kel, de vriend van Inga is het dorp ontstaan als postkantoor tussen Richland en een van de grootste goudmijnen van de VS. De mijn werd lang geleden al gesloten, omdat het te moeilijk werd om het goud naar boven te krijgen. Kel vertelde daarna, op geheimzinnige toon, dat de Chinese arbeiders de mijn in werden gestuurd en dat ze daarna de schacht snel werd afsloten. Zo hoefden ze de werknemers niet te betalen en wie zou zich bekommeren om die omgekomen Chinezen?

We namen afscheid van Kel, Inga en mijn slaapmaatje en stapten weer op de fietsen. We hadden een heerlijke tijd gehad. Er moest weer geklommen worden en de wind zat ook weer in de vertrouwde hoek. Het landschap was in het dal nog redelijk grasgroen, maar naarmate we klommen werd het steeds kaler en droger. Na een heerlijke afdaling belanden we in Richland en probeerden weer een koffie uit een restaurant. Onze vers gezette koffie bleef nog even in de Thermoskan. Het was geen succes. Wij vermoeden dat ze koffie hadden gezet, maar vergeten waren de koffiebonen te vervangen. Na deze onverkwikkelijke gebeurtenis reden we door een prachtige droge canyon. Met naast ons een slingerend riviertje en hoge kale bergen. Het was lekker rustig op de weg en dat is ook wel eens anders geweest.

In de dalen wordt meestal gras verbouwd voor hooi en koeien gehouden. Voor landbouw is het niet geschikt. Ze spuiten veel tegen onkruid. Dat is een verplichting. Als je niet spuit dan gaat de staat dat voor je doen, maar dan rekenen ze ook even met je af. De onkruiden zijn veel sterker dan het gras en blijven maar komen. Door de lucht, met veevoer, verkeer etc. Er is niets tegen bestand. En koeien zijn nogal ‘picky’ en eten louter alleen gras en laten de onkruidjes staan. In Montana en Idaho zagen we al onkruidbestrijdingstroepen. Het is echt “War on Weeds” om het onkruid te bestrijden op grasland en de Bush. Ze rijden met trikes door de bermen. Achterop een tank blauw gif, daaraan een slang en een soort waterpistool. Die richten op het onkruid en die krijgt de volle laag. Geen ontkomen aan. Je zag overal blauwe plekken in de berm.

Baker City was het eindpunt van vandaag. We gingen nog naarstig op zoek naar de Bakerstreet, maar Gerry Rafferty bleek net verhuisd.